
Zand, saloons en shootouts: dat zijn zo’n beetje de termen die we steevast met het ‘Wilde Westen’ associëren. Rockstar gaat nu met Red Dead Redemption op dezelfde tour, door het urbane karakter van de Grand Theft Auto-serie in te ruilen voor de lege vlaktes van ‘rural America’. Of beter gezegd: de lege vlaktes van een symbolische ruimte die men, vreemd genoeg, het ‘Amerika aan het begin van de twintigste eeuw’ noemt.
Reviewers zijn dolenthousiast over het authentieke Amerika dat geportretteerd wordt in de game. Waar de een spreekt van een ‘eerbetoon aan de ondergang van het Wilde Westen’, durft de ander zover te gaan om te stellen dat Red Dead Redemption ‘een historische periode in het verleden van de Verenigde Staten weerspiegelt’. Fout, fout, fout.
Ketting van referenties
Red Dead Redemption heeft niets met Amerika te maken; het heeft met ‘Amerika’ te maken. Het speelt in op een beeld van wat Amerikanen de Old American West noemen, maar doet dat vooral door te refereren naar referenties die op hun beurt weer verwijzen naar eerdere referenties. Deze western shooter is dan ook de nieuwste schakel in een oneindige ketting van verwijzingen, die we kunnen herleiden naar het echte begin van de twintigste eeuw.
Buffalo Bill, de welbekende cowboy, die al lassowerpend vrouwen van ontspoorde treinen redde en menig Indiaanse krijger een kopje kleiner wist te maken, deed dat allemaal niet in het Wilde Westen. Nee, dat deed hij over de hele wereld, startend in Nebraska, samen met andere acteurs; in een groot opgezet circus. Buffalo Bill, of beter gezegd, William Frederick Cody, gaf het startsein voor de romantisering van de jaren die we nu met het westerngenre associëren: de periode 1860-1870, met als toneel het Amerika achter de frontier (ook al was er destijds al geen sprake meer van een echte frontier).
Bricolage van westerns
Interessant is dat Red Dead Redemption niet in het valluik van de zogenaamde pastiche (verwijzen om te verwijzen) wil verdwijnen en zich mede daarom afspeelt in de early 1900s. Schuingedrukt ja, want het betreft wederom niet de historische periode, maar de symbolische representatie van die periode. Red Dead Redemption lijkt een stuk meer op de westernklassieker The Wild Bunch dan op het kleine stukje Texas dat toen nog enigszins ‘wild’ te noemen was. Het is dan ook niet zo gek dat de naam van Sergio Leone vaak in de overigens terecht lovende reviews valt; we bevinden ons in wezen tijdens het spelen van Red Dead Redemption in een samengestelde bricolage van gestandaardiseerde westernfilms. Once Upon a Time in the West, For A Few Dollars More, The Searchers en het eerder genoemde The Wild Bunch vormen het decor; niet de echte saloons en stage coaches van die (overigens best wel rustige) tijd die we desalniettemin steevast het Wilde Westen blijven noemen.
De vraag rijst of daar iets mis mee is. Het antwoord is nee, want Rockstar redt zich met deze game door een redelijk originele subtext (ook al deed The Wild Bunch exact hetzelfde) waarin de modernisering van Amerika gespiegeld wordt aan de (door de mens?) gecorrumpeerde en gedeserteerde natuur. Het is alsof je Rousseau op zijn kop leest. De game legt mooi het door Amerika ondergaande moderniseringsproces bloot, dat overigens in werkelijkheid al veel eerder was ingezet dan in die early 1900’s. Al in 1856 liet George Inness zien dat de relatie tussen de ongerepte natuur en de gecorrumpeerde mens tot een vruchtvolle symbiose kon leiden.

Inness’ The Lackawanna Valley, 1856.
Enfin, Red Dead Redemption is cultuurkritiek op zijn breedst beschouwd. Alleen al daarom zouden journalisten het als hun taak moeten zien om de game ook zelf kritisch te beschouwen en zich niet te laten vangen door die aantrekkelijke lasso, die immer zwiert vanuit de hoek van die sprookjesachtige cowgirls, verstopt achter de klapdeurtjes van een ongure saloon, waar de ruiten niet meer gerepareerd worden en de bartender bij de eerste de beste oneliner onder de bar duikt. That’ll be the day…
