Uitgelezen: The race for a new game machine: creating the chips inside the Xbox 360 & the Playstation 3



Eén keer per maand bespreekt onderzoeker David Nieborg een boek over games.

Zouden er gamejournalisten te vinden zijn die zich niet bemoeid hebben met de nimmer aflatende strijd tussen de drie consolefabrikanten? Vast niet. Daarvoor is de race tussen Sony, Microsoft en Nintendo te belangrijk en te interessant. Wat mij zelf vaak opvalt is hoe oppervlakkig dergelijke discussies soms zijn. Het gaat uiteraard altijd over verkoopcijfers, over welke games het meest verkocht worden, exclusives, prijsdalingen, mogelijke hardware-revisies en nóg meer verkoopcijfers.

Op zich wel begrijpelijk: het is ook weer niet zo dat de drie partijen altijd even open zijn over hun strategie. En soms is het ook gewoon leuk om over ‘De Race’ zelf te praten, in plaats van, om maar wat te noemen, de achterliggende motivaties van de strijdende partijen of de implicaties van de console-oorlog.

Hardwareproductie

Want terwijl wij thuis op de bank lekker zombies zitten af te knallen, worden in Chinese fabrieken door onze leeftijdsgenoten dag in, dag uit controllers in elkaar gezet. Om maar recent nieuws aan te halen, Microsoft werd op de vingers getikt door de mensenrechtenorganisatie National Labor Committee, omdat de werkomstandigheden in Chinese fabrieken waar muizen, camera’s en Xbox-controllers gemaakt worden, nogal te wensen over zouden laten. Dat wil zeggen: “teen aged workers faced military-style discipline, were fined for mistakes and housed in dirty dorm rooms after working 15-hour shifts”. Elke oorlog heeft zijn slachtoffers.

De toestanden in de Chinese fabrieken leggen, in dit geval op een pijnlijke manier, heel even de wereld bloot die schuilgaat achter de productie van gamehardware. Want hoewel ‘wij’ het doorgaans hebben over de ontwikkeling van games, gaat het er bij de productie van hardware heel anders aan toe. Er zijn, om te beginnen, enorme bedragen mee gemoeid. De ontwikkeling van de chip die in de Playstation 3 zit - de Cell-processor - kostte Sony, Toshiba en IBM maar liefst 400 miljoen dollar aan ontwikkelingskosten. En dan heb je nog alleen maar de chip. Komt nog wel wat bij om al die andere onderdelen te ontwikkelen en te (laten) fabriceren; denk aan geheugenchips, behuizing, geluidschips, ethernetcontroller, eventueel flashgeheugen en ga zo maar door.

Shippy David en Mickie Phipps (2009) · The race for a new game machine: creating the chips inside the Xbox 360 & the PlayStation 3 · New York: Citadel, 2009

Instapniveau: Laag (240 pagina’s)
Stijl: Matig geredigeerd dagboek
Gelezen versie: Hardcover, 1e druk
Boek in 1 zin: Twee medewerkers van IBM vertellen het inside verhaal hoe de chips voor zowel de Xbox 360 als Playstation 3 tegelijkertijd ontwikkeld werden.

De keuze van onderdelen en fabrikanten luistert nogal nauw. Omdat de marges zo ontzettend klein zijn, en de prijs op dag één zo laag mogelijk te houden, wordt er hard en diep nagedacht over elk onderdeeltje. Zo maakte Microsoft tijdens de vorige consolecyclus (die van de Xbox) de, volgens experts bizarre, fout om een harde schijf in het apparaat te hangen. Een zeer duur onderdeel dat, in vergelijking met chips, wat betreft prijs niet daalt naarmate er meer van worden afgenomen. Althans niet hard genoeg. Met als gevolg een financiële strop voor Microsoft, waar een gemiddeld bedrijf drie keer van over de kop zou zijn gegaan.

Chipbakkers

Om maar aan te geven: er gaat nogal wat geld om in de ontwikkeling en productie van gamegerelateerde hardware. Tegelijkertijd weten we dus weinig hoe het er exact aan toe gaat bij de platformhouders. En als er dus een boek uitkomt dat uitvoerig ingaat op de ontwikkeling van de chip(s) die in de Xbox 360 en Playstation 3 zitten, ja dan wil je dat lezen natuurlijk. Immers, anders dan bij de Wii, bestaat het kloppende hart van de twee next-genmachines uit zeer hoogwaardige technologie. Met in de linkerhoek de Xbox’ Xenon-chip en in de rechterhoek de Playstation 3’s Cell-processor. Behalve dat beide chips het kloppende hart vormen van al die grafische pracht die op je HD-scherm te zien is, zijn ze beiden ontwikkeld door IBM. En dat gegeven vormt de kern van The race for a new game machine. Een boek geschreven door twee insiders, twee medewerkers van chipfabrikant IBM die beiden zeer direct betrokken waren bij het ontwikkelen van de processoren.

Het eerste wat je je afvraagt als je het boek openslaat is, voor wie is dit boek geschreven? Niet voor gamers of gamejournalisten in ieder geval. Wie veel managementboeken leest zal het meteen opvallen dat het boek opent met wat abstracte “leadership principles”. Alsof ik een fabriek ga beginnen die chips gaat bakken. En de tips zelf, die het hele boek door herhaald worden, zijn nu ook niet echt van het niveau dat je denkt “oh, zo moet het” (voorbeeld: “inspire innovation”, nogal logisch als je in de chipsector werkt). Het zal komen omdat de auteurs van het boek beiden geen schrijfervaring hebben. Of, anders gezegd, het is geen journalistiek verhaal wat je voorgeschoteld krijgt, maar een insidersverslag met alle voor- en nadelen die daarbij komen. Dat wil zeggen, de nodige borstklopperij, zelfmedelijden, soms onnavolgbare technische uitleg en dus die vrij zoutloze managementinsteek. En mocht je het je afvragen, Shippy en Phipps zijn geen gamers, laat dat duidelijk zijn.

Visie

Het raceverslag van de chipbakkers zit toch vol met inzichten die hier en daar wel bekend zijn, maar die binnen de context van de strijd tussen Sony en Microsoft toch wel een eigen draai krijgen. Het verhaal begint met de visie van Sony’s Ken Kutaragi. De Playstation 3 moest zoveel meer worden dan een spelcomputer en daarom had het apparaat een bruut krachtige chip nodig. Een niet te overziene investering en een gigantische gok, die normale stervelingen nooit van hun levensdagen zullen maken, maar voor Ken en de zijnen dagelijkse kost. Veel keuze bij het ontwikkelen van de chip was er niet. Zoals pc- en Mac-gamers weten: het is Intel, AMD, of IBM. Het werd IBM. De visie van Ken was om een supercomputer te laten draaien op een chip zo groot als een vingertop en het hele boek van Shippy en Phipps is te lezen als een samenvatting van hoe dit, ondanks hectoliters bloed, zweet en tranen, toch gelukt is.

Uiteindelijk is het boek redelijk taai. De auteurs doen hun best om het een en ander op te fleuren door bladzijde na bladzijde te vullen met het vertellen over persoonlijke relaties binnen het IBM-team en hoe verschrikkelijk hard werken het maken van chips wel niet is. Sorry, maar dat interesseert me dus echt geen zier. Gelukkig wordt in de tussentijd wel uitgelegd hoe chips gemaakt worden, hoe belangrijk chips zijn voor spelcomputers, en welke rol ze vervullen. Interessante materie toch wel, al is het maar om het simpele feit dat ik er tijdens het lezen achter kwam dat ik daar echt niets van wist.

Naast de persoonlijke en technisch verhaallijn, loopt er nog een derde verhaallijn door het boek, die van de strijd tussen Microsoft en Sony. En dan kom je opeens dingen te weten die je de huidige consoleoorlog enerzijds een stuk beter doet begrijpen, en anderzijds een andere blik erop werpt. Want waar Sony op safe speelt, daar heeft Microsoft enorme risico’s genomen. Zo is er te lezen:

“As witnessed repeatedly during the course of this project, risk-taking is a Microsoft characteristic that enabled them to take giant steps forward. (…) It was just like the motto that drove their Microsoft software business: “Get it to market first at all cost, worry about the bugs later”.

Iedereen die weet waar “RROD” voor staat, weet wat de gevolgen kunnen zijn van het nemen van grote risico’s…

Heb je het geduld om door de halfbakken managementtips en de verhalen over slapeloze nachten van Shippy en Phipps heen te lezen, dan biedt The race for a new game machine de broodnodige verdieping om eerdere en toekomstige hardwareontwikkelingen binnen de gamesindustrie net weer iets beter te kunnen duiden. En met Natal en Move voor de deur is dat alles behalve een overbodige luxe.

3 reacties

  1. Stefan Keerssemeeckers · 23-4-2010 · 14.04 uur

    Wordt er ook nog melding gemaakt van de coltanmijnen in Congo? Waar door een soort van slavenarbeid (midden in een Pygmeeën- en bedreigdediersoortenreservaat!) te midden van burgeroorlogen coltan gewonnen werd voor de chips in de PS2 en mobiele telefoons?

  2. VN1X · 23-4-2010 · 19.43 uur

    Hm dacht in eerste instantie dat dit boek wel het lezen waard zou zijn maar na het lezen van dit verslag houd ik het maar bij dit stuk.

    Jammer dat de omstandigheden nog steeds zo slecht zijn wat betreft de fabricage van zo’n apparaat.

  3. David Nieborg · 25-4-2010 · 12.56 uur

    @ Stefan

    Nee allerminst. Het is echt een zeer etnocentrisch boek (zoals eigenlijk 95% van dit soort boeken).

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>