Vergroeid met je PS3 – Hoe ernstig is het probleem van gameverslaving?



Dit artikel verscheen eerder in Kijk #10, 2010 en is ook opgenomen op de site van Novadic-Kentron.

Af en toe een paar uur gamen lijkt een prima tijdverdrijf. Maar waar ligt de grens tussen een fanatieke hobby en een hardnekkige verslaving? En hoe kom je daar vervolgens weer vanaf? Wat volgt is een poging tot een genuanceerde bijdrage aan een verhit debat.

Nuance

“Twee uur gamen staat gelijk aan een lijntje cocaïne.” Aan het woord is de Britse therapeut Steve Pope, auteur van een tamelijk tendentieus artikel in de Lancashire Evening Post eerder dit jaar. Met zijn verhaal wekt hij de indruk dat het overgrote deel van de kinderen verslaafd is aan gamen. Maar hij is vaag over zijn bronnen en van nuancering, of wederhoor, is in het stuk al helemaal geen sprake.

Zulke publicaties zijn geen zeldzaamheid. Maarten Brands, eigenaar van gameontwikkelstudio Virtual Fairground, is terughoudend als ik hem bel om enkele vragen te stellen. “Ik heb al eens meegewerkt aan een artikel over gameverslaving, en dat was vanaf het eerste moment al negatief ingesteld.” Pas na enige geruststellende woorden besluit Brands zijn medewerking te verlenen. Het is tekenend voor de krampachtige manier waarop er vaak gediscussieerd en geschreven wordt over gameverslaving; óf iedereen is verslaafd en games zijn het kwaad op aarde, óf men doet alsof klinieken zelf een probleem creëren dat niet bestaat.

Gelukkig heeft het debat in Nederland de laatste tijd gewonnen aan nuance. Tony van Rooij beaamt dit. Hij promoveert op online gameverslaving aan IVO, het wetenschappelijk bureau voor onderzoek en advies op het gebied van verslaving, leefwijzen en maatschappelijke ontwikkelingen. “Wij zijn een tijdje geleden ook in de media geweest omdat we hebben gezegd dat de game-industrie wel wat meer verantwoordelijkheid mag nemen. Daar werd goed en genuanceerd op gereageerd. Het onderwerp wordt binnen de industrie serieus genomen, volgens mij.”

Ook Jeroen Lemmens, recent nog onderwerp van discussie binnen de podcast, draagt middels een heel boek over gameverslaving bij aan een genuanceerder beeld. Jammer genoeg trok vooral zijn - logische - constatering dat gameverslaving kan leiden tot agressie veel aandacht.

Het probleem bestaat, al heeft het niet de demonische proporties die het Britse artikel beschrijft. Bovendien ontbreken daarin cruciale vragen. Wanneer ben je gameverslaafd? Hoe behandel je zoiets? Aan welke games raken mensen verslaafd? Wie is er verantwoordelijk? Het is tijd voor antwoorden.

Genetische aanleg

Iedere gamer kent weleens een nacht waarin hij tot in de kleine uurtjes tegenstanders neerschiet of als besnorde loodgieter sterren verzamelt. Maar waar eindigt de fanatieke gamer en begint de obsessieve eenling? “We hebben daar een lijstje met criteria voor”, zegt Martin Reddeman, beleidsmedewerker van verslavingszorginstelling Novadic-Kentron. “ Zoals ‘alleen nog maar aan games kunnen denken’, of ‘heel erg prikkelbaar zijn op het werk of in andere sociale omgevingen’. Als die criteria meerdere malen samen voorkomen, moet je eens bekijken of je gamepatroon wel overeenkomt met andere doelen in je leven.”

Volgens Monique Hermans, behandelaar van gameverslaafden bij dezelfde instelling, is de grens voor veel mensen bereikt zodra ze niet meer tevreden zijn met hun leven. “Vaak zijn er problemen thuis, gaan mensen niet naar school of doen ze niet meer de dingen die ze moeten doen.” Een belangrijke wetenschappelijke term in dit verband is procrastination, oftewel uitstelgedrag; een van de kernproblemen van gameverslaafden.

Of iemand daadwerkelijk verslaafd raakt, zo benadrukt Reddeman, is afhankelijk van allerlei factoren, zoals genetische aanleg, omgevingsfactoren en verslavingspotentie van het product. “Je kunt een genetische gevoeligheid voor verslaving in je hebben, maar als je je leven zo inricht dat je nooit onder extreme druk staat, komt die genetische aanleg niet tot uitdrukking.”

Verslaafd aan Mijnenveger

Volgens recente cijfers zakt slechts zo’n drie procent van de gamers weg in een verslaving. Maar er zijn aspecten aan games die de verslavingspotentie ervan groter maken dan bijvoorbeeld die van film en televisie. Zo word je als gamer de hele tijd beloond (of gestraft) voor jouw acties. Reddeman noemt dit ‘kort-cyclische feedback loops’. “Je bent voortdurend aan het ingrijpen op de gang van zaken”, legt hij uit. Wat dat betreft heeft gamen wel wat overeenkomsten met gokken. “De activiteit prikkelt je hersens voldoende om niet met andere gedachtes bezig te zijn. In die zin werkt het verdovend.”

Heeft de Britse therapeut Pope het dan toch bij het juiste eind met zijn vergelijking tussen cocaïne en games? Van Rooij: “Dat lijkt me een voorbarige conclusie. Om te beginnen is het feitelijk onjuist, omdat cocaïne volgens experts veel sterker stimuleert dan games. De overeenkomst is voorlopig alleen dat er gelijksoortige hersengebieden aan het werk zijn.”

Doodsoorzaak: Zeventig uur gamen

Niet alleen de journalistiek, maar ook de populaire cultuur draagt bij aan het beeld van gameverslaving. Neem bijvoorbeeld South Park. In een aflevering over World of Warcraft kunnen de hoofdpersonen door hun verslaving amper nog naar het toilet. En in de aflevering Guitar Queer-o raken de inwoners van het stadje intens verslaafd aan het computerspel Heroin Hero. Een ander voorbeeld is CSI: Miami, waarin Horatio Caine de dood onderzoekt van iemand die zeventig uur achter elkaar heeft gegamed. Ook de series The Big Bang theory, The Simpsons en King of the hill hebben elk een duit in het zakje gedaan.

Niet alle games prikkelen spelers op dezelfde manier en in dezelfde mate. Hoewel vooral MMO’s worden getypeerd als verslavende games, vanwege hun sociale druk en oneindige gameplay, kan in principe elke game verslavend werken – zelfs het oersimpele Mijnenveger of het klassieke Patience. Gameontwikkelaar Brands hekelt wel bedrijven die enkel en alleen erop gericht zijn om mensen alsmaar te laten terugkomen. “Bedrijven als Zynga zijn eindeloos compulsion loops aan het doorontwikkelen. Dan ben je echt aan de knoppen aan het draaien om verslavingsgedrag in de hand te werken. Ik vraag me af of dat is wat je moet willen.”

Geen ‘goldfarming’

Brands snijdt een heet hangijzer aan binnen de discussie over gameverslaving: wie moet de verantwoordelijkheid nemen? Er lijkt weinig animo te zijn om die volledig bij de game-industrie neer te leggen. “Ik ben er absoluut niet voor om daar al bij voorbaat allerlei regels omheen te bouwen”, zegt Reddeman. “Maar ik denk wel dat je aandacht moet besteden aan de negatieve kanten. Alles heeft een bijwerking. Het is verstandig als niet alleen de speler zich daarvan bewust is, maar ook de game-industrie.”

Vanuit de game-industrie wordt er maar mondjesmaat op gereageerd. Van Rooij: “Ze ontkennen niet dat een groep mensen moeite heeft om zijn gedrag te beheersen, maar ze mogen best wat meer doen.” Vooral kennisuitwisseling en overleg zijn volgens Reddeman belangrijk, maar het is lastig om ook de game-industrie aan tafel te krijgen. Bij bijeenkomsten over verslaving zijn er uit die hoek weinig of geen vertegenwoordigers en ook bij gamebeurzen schittert het onderwerp vaak door afwezigheid.

Toch is het niet zo dat de industrie volledig aan het probleem voorbijgaat. Brands legt uit hoe bij de ontwikkeling van hun nieuwe game, een MMO voor jongere kinderen, op verschillende manieren rekening wordt gehouden met verslaving. “Wij ontmoedigen goldfarming, een sterk repetitieve bezigheid om levels te stijgen. Het heeft bij ons spel geen zin om uren achter elkaar te spelen, omdat het steeds minder oplevert. Zo stimuleren wij een meer uitgebalanceerde speelstijl.”

Ook ouders spelen een cruciale rol bij de nieuwe game van Virtual Fairground, zegt Brands. Zij kunnen zelf een account aanmaken en bepalen hoe lang kun kinderen kunnen spelen, hoeveel ze mogen uitgeven en met wie ze chatten. Ze kunnen ook virtuele cadeautjes kopen. Volgens Van Rooij snappen ouders vaak niet helemaal wat hun kroost precies online uitvoert. “Het zou al een hele hoop helpen als ze zich grondig verdiepen in wat hun kinderen doen.”

Leren doseren

Als het gaat om de behandeling van (game)verslaving, zal de naam Keith Bakker veel mensen bekend in de oren klinken. Deze beroemde ex-verslaafde staat erom bekend dat hij games volledig wil verbannen uit het leven van zijn cliënten. Bij Novadic-Kentron kiezen ze een andere, mildere, aanpak. Leren doseren, daar gaat het om. De instelling paste de wetenschappelijk sterk onderbouwde CRA-methode (community reinforcement approach) speciaal aan op gameverslaving. Daarmee zijn ze pioniers in Europa; het eerste onderzoek naar de effectiviteit van deze aanpak loopt nog.

“Het is een op cognitieve gedragstherapie gebaseerde methode, waarin de omgeving van gebruikers een belangrijke rol speelt”, legt Reddeman uit. Door problemen in hun omgeving halen gameverslaafden vaak enkel een positief gevoel uit het gamen. Door kleine doelen te stellen in het echte leven, proberen de behandelaars dat positieve gevoel ook buiten de virtuele wereld op te bouwen.

Daarbij kan bijvoorbeeld een happiness scale worden gebruikt. De cliënten leren punten in hun leven aan te pakken waarover ze ontevreden zijn, maar niet diep ongelukkig van worden. Zo kunnen ze kleine successen boeken voordat de grotere problemen besproken worden. “Je ziet het probleemgedrag dan vanzelf minder relevant worden. De stekker hoeft echt niet uit de PS3, als je er maar voldoende constructieve en belangrijke zaken tegenover kunt zetten”, aldus Reddeman.

Cruciaal is dat behandelaars de belevingswereld van gamers snappen. Hermans merkt regelmatig dat gamers verrast zijn over de kennis van de begeleiders. Ze doen dan toch makkelijker hun verhaal. Ook worden de cliënten niet opgenomen; ze moeten in hun eigen leefomgeving leren omgaan met games.

Opbouwende dialoog

In het ideale geval moet de behandeling van Novadic-Kentron uiteindelijk ook gaan leiden tot een milder en realistischer beeld van gameverslaving én de behandelmogelijkheden. Een goede zaak, want al treft het absoluut geen volksstammen, het probleem van gameverslaving bestaat. Gelukkig verrichten Nederlandse klinieken met hun toegespitste behandelingen pionierswerk en tonen ontwikkelaars als Virtual Fairground zich bereid om mee te denken. Wat alleen nog ontbreekt, is een opbouwende dialoog tussen alle partijen. Zonder overdrijvingen, beschuldigingen en zwartmakerij, want dat is alleen maar verspilde tijd – en bovendien doet het geen recht aan de wondere werelden die games te bieden hebben.

7 reacties

  1. Luke van Velthoven · 17-11-2010 · 14.41 uur

    Mooi stuk, weer wat interessante namen en gedachten wijzer. Zelf heb ik alleen last van dat uitstelgedrag. Als kind natuurlijk normaal, maar misschien moet ik nu eens wat verantwoordelijker worden wat dat betreft :P. Ik doel dus op eerst gamen en dan pas het zoveelste studie-artikeltje lezen.

  2. Guan van Zoggel · 17-11-2010 · 15.52 uur

    Wat een dijk van een artikel weer, Jesse. M’n complimenten!

    In mijn directe omgeving ken ik geen gameverslaafden. Mijn broertje speelt ten tijde van een nieuwe Call of Duty of Halo gerust van ‘s ochtends tot ‘s avonds, maar gaat vervolgens met vrienden op pad en reageert alleen geïrriteerd op berispingen van mijn ouders dan - al komt dat niet uitsluitend door het gamen.

    Natuurlijk ben ik wel eens dermate onder de indruk van een game dat ik er een hele dag aan denk of geïrriteerd reageer als men me stoort tijdens een belangrijke scene (zoals mijn ouders tijdens het epiloog van Bioshock 2. Maar ik raak nooit verslaafd aan iets (al klop ik het bij deze wel af), omdat mijn verantwoordelijkheidsgevoel en geweten tegen gaan. De mensen die dat missen raken juist makkelijk verslaafd aan hetzij drugs, hetzij games.

  3. Jos Bouman · 17-11-2010 · 16.59 uur

    Prima artikel. Fijn, al die nuanceringen.

  4. Niels · 17-11-2010 · 17.29 uur

    Sterk artikel, had het nog niet eerder gelezen en ben er van onder de indruk.

  5. Arjan Punter · 17-11-2010 · 17.44 uur

    Goed geschreven en eveneens goed onderbouwd. Wat mij betreft een geslaagde nuance.

  6. Robert August de Meijer · 18-11-2010 · 0.20 uur

    Mmmmm, compulsion loops! Ik heb van spellen geleerd hoe lekker die zijn, maar ook hoe ik ze in andere facetten van het leven gebruiken. Maar eerlijk gezegd; het leven is vooral mooi wanneer je schoonheid kan ervaren zonder trucjes. Dat was voor mij persoonlijk de grootste antidote tegen mijn gamesverslaving.

  7. Maikel de Bakker · 18-11-2010 · 9.00 uur

    Wederom een erg goed stuk jongens! Echter denk ik dat de online comunitie er ook veel aan bij draagt. De “die hard” gamers die ik ken spelen vaak een game meer omdat ze hun online vrienden niet teleur willen stellen dan om de game zelf. Dus de game is minder verslavend dan de vrienden waarmee je het speeld (je lot genoten)

Volg de reacties op deze post via RSS

Plaats een reactie

Registreer je als vaste gebruiker. Heb je dit al eens gedaan, log dan in.

Hou de discussie menselijk en inhoudelijk. Reageer bij voorkeur onder je echte naam, met je foto als avatar (via Gravatar).

Toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>