
Donderdagavond, hemelvaart. Terwijl Utrecht er uitgestorven bij lag, verzamelden zich in het oude ABN-gebouw aan het Neude gamejournalisten en ontwikkelaars. Om met elkaar te sparren, te discussiëren en misschien zelfs een beetje ruzie te maken. Althans, dat was wat ik verwachtte van deze heuse Versus Mode, een battle tussen twee partijen die niet met (en niet zonder) elkaar kunnen leven.
Aan de kant van de developers: Collin van Ginkel van Two Tribes en Martin Janse van Playlogic. Niet de grootste namen, maar in ieder geval wel mensen met ervaring. En met ervaring in het benaderen (behandelen? masseren? vertroetelen?) van de gamepers. De vertegenwoordigers van die gamepers waren minder logische keuzes: Niels ’t Hooft (deze site) en Matthijs Dierckx-Kuijper (Control). Mannen die al lijnrecht tegenover de heersende schrijvers staan, en beter plaats hadden kunnen nemen naast de ontwikkelaars. Om vervolgens ruimte te laten voor een Boris, een JJ of een Jelle.
De eerste vraagstelling miste al pit en kon al bijna voor iedereen aan tafel ingevuld worden: “Moeten recensenten rekening houden met het vele werk dat in een game gestoken wordt?” Een beetje een kulvraag. Nee, natuurlijk niet! Elke recensent die dat wel doet, pleegt faillissement op zijn eigen mening. Daar was iedereen het zo ongeveer mee eens en al snel ging de discussie, ondanks het voornemen dat niet te doen, tóch over de pr-kant van de zaak, een kant waar ik deze partijen graag over zag praten.
De fluwelen handschoen
Het bleef echter gemoedelijk, te gemoedelijk. Terwijl gespreksleider Vlad Micu, quasi-geïnteresseerd en plukkend aan zijn baardje, nog zijn best deed om het vuur aan te wakkeren, bleef het gesprek steken op een goedbedoelde tip hier en een bemoedigende schouderklop daar. Er was geen venijn, geen frictie noch wrijving. Iedereen kende en mocht elkaar en los van een ondeugend grapje aan het adres van Collin (over wanneer ze nou eindelijk eens zouden stoppen met de zoveelste versie van Toki Tori), bleef de scherpte uit.
Ook de kansen om elkaar in de haren te kunnen vliegen werden niet benut. Martin Janse gaf in ieder geval aanleiding voor een terechtwijzing, toen hij verkondigde dat veel journalisten Fairytale Fights hadden ‘afgefakkeld’ omdat ze de grafische stijl niet zouden hebben begrepen. Je kon de zaal op dat moment horen denken: ‘Gelul, dat is misschien maar één van de vele, vele redenen.’ Van Niels en Matthijs kwam niet meer dan een voorzichtig suggestief: ‘Ja, maar in de previews waren ze toch wèl enthousiast over die stijl?’
En toen had ik weer zo’n inzicht. Wij, ik, degenen die verkondigen dat de mainstreamgamepers niet deugt omdat deze veel te veel verweven is met pr-bureau’s, zijn zelf onder invloed van iets veel ergers. Van betaalde perstrips laat de moderne gamejournalist zich niet meer zo snel van de wijs brengen, maar het soort vriendschappen dat hier -in de incrowd van Nederlands ‘serieuze gamejournalistiek’- aan het ontstaan is, vertroebelt de objectiviteit misschien nog wel veel ingrijpender. Nu weet ik helemáál niet meer waar ik heen moet.
