Stijn Roelofs doet voor zijn opleiding onderzoek naar gamejournalisten. Op verzoek van Bashers publiceert hij hier de resultaten van een enquête.

Ze zeggen het zelf: het is de beste baan ter wereld en als er dan toch een puntje van kritiek moet zijn: het mag best wat meer verdienen. De gemiddelde gamejournalist in Nederland is een man, eind 20 met een freelance contract die van zijn hobby zijn werk heeft gemaakt.
Statistisch gelul
Net voor de E3 heb ik alle gamejournalisten in Nederland proberen te bereiken. Maar wie zijn er eigenlijk ‘gamejournalist’? Is dat ook de puber die Tiger Woods 2010 opgestuurd krijgt met de vraag om binnen een week een stukje van 500 woorden in te leveren? En zijn het ook de mensen die van zichzelf eigenlijk niet vinden dat ze ‘journalist’ zijn? Ja. Voor dit onderzoek wel. In feite heb ik iedereen benaderd die min of meer als vaste (bij)baan heeft om te publiceren over games. Uiteindelijk vulden 34 mensen de enquête geheel in. Geen groot aantal, maar ik vermoed dat ik hiermee zeker de helft heb bereikt van de mensen die voldeden aan het criterium om überhaupt mee te doen.
Maar let’s get down to business! Tenslotte is de gamejournalist sowieso niet te porren voor onderzoek en feiten en gaat het slechts om subjectieve meningen, toch? Fout.
‘Mijn jeugddroom was om blut te zijn.’
In het algemeen zijn gamejournalisten (ik blijf deze term gebruiken, vul zelf de betekenis maar in) tevreden met hun baan. Ze zien het als hun hobby en vinden het belangrijk en uitdagend werk. Een krappe 50% zegt hiermee een ‘jeugddroom’ verwezenlijkt te hebben. De doorgroeimogelijkheden in dit carrièrepad en het salaris scoren wat minder positief, maar goed: bijna 95% geeft aan hun baan als ‘plezierig’ beschouwen, dus je moet ergens wat inleveren, zullen we maar zeggen.
Als de gamejournalist iets zou mogen veranderen aan zijn werk, dan heeft dat toch wel te maken met behoefte aan iets meer diepgang. Redacteuren willen meer tijd voor onderzoek naar de game-industrie (bijna 60%) en vinden dat hun redacties hun werk serieuzer moeten nemen (meer dan 70%).
De heren (10% is vrouw) ontkennen ten stelligste dat ze beïnvloed worden door hun nauwe samenwerking met de uitgeversbedrijven. Meer dan 75% geeft aan geen rekening te houden met de gevoelens van de uitgevers en ontwikkelaars in hun werk. De gamepers denkt zijn onderbewustzijn volledig onder controle te hebben, want er is in ieder geval geen enkele moeite met het aannemen van grote cadeaus (bijna 45%).
Taboe
Het taboe dat recensenten games niet helemaal spelen alvorens een oordeel te vellen, is nu toch wel verleden tijd. Spellen worden natuurlijk ook steeds langer en met de opkomst van MMO’s is het soms niet eens mogelijk om aan deze verwachting van de lezer te voldoen. Meer dan de helft komt ervoor uit: ik zie niet altijd het einde van een spel voordat ik mijn recensie schrijf.
Meer resultaten in dit Word-document.
