Harry Hol speelt al MMO’s sinds de dagen van de tekst-MUDs. In de rubriek Ding! bericht hij wekelijks uit de wondere wereld van ‘s werelds massaalste gamegenre.
![]()
Het is februari 2008. De exacte dag weet ik niet. Mijn bed uit, doen alsof ik me was met een versleten washandje. Pot koffie en paar boterhammen mee naar mijn werkkamer. Ik log in. Het volgende moment ben ik niet meer Harry maar Haraldir, Night Elf hunter. Ik verschijn in de herberg van Auberdine in Darkshore. Ik sta op het bed waar ik gisteravond ben uitgelogd. Even kijk ik uit over de pier, waar net een schip is aangemeerd. Passagiers stappen uit en rennen langs me heen. Ik overweeg wat ik vandaag allemaal nog moet doen. Even nog niets. Ik strek mijn virtuele benen en voel me ontspannen, daar in die voor mij zo bekende wereld. Het dorpje is zo vertrouwd als mijn huis. Het Auction House in Darnassus aan de overkant van het water voelt op dat moment echter dan de supermarkt op de hoek.
Roes
Die periode in februari was de week dat ik voor de tweede maal volledig verweven raakte met World of Warcraft. Mijn vriendin was een week in het buitenland voor haar werk. Ikzelf had geen schrijfopdrachten voor mijn eigen bedrijf. Mijn vrienden hebben negen-tot-vijfbanen, ik voelde me enigszins opgesloten in mijn eigen huis. Uit verveling had ik WoW opnieuw geïnstalleerd. Hiervoor was ik zeker een jaar MMO-vrij geweest. Ik herinner me dat de dagen als een roes aan mij voorbij trokken. De enige reden dat ik het huis verliet was voor boodschappen. Ik logde in om tien uur ‘s ochtends en logde uit voor ik ging slapen. Voor mijn gevoel was er geen onderscheid meer tussen mij en Haraldir.
Het is die week die keihard in mijn herinnering opdook, toen ik op oudejaarsdag in 2010 samen met mijn vriendin zag hoe Jake Sully in Avatar aan zijn digitale dagboek toevertrouwde dat hij niet meer wist wat nou echt was: zijn bestaan als mens of dat als lid van de Na’Vi.
Wie ben ik?
De film Avatar raakt een aantal interessante onderwerpen. Sommigen, zoals de strijd tussen de ‘pure Na’Vi’ en de hebzuchtige mensen, hebben een hoog ‘botte bijl’-gehalte. Maar anderen zeggen iets over de manier waarop wij mensen in onze huidige maatschappij staan.
Wat is bijvoorbeeld identiteit? Wie zijn we nou eigenlijk echt? En blijven wij voor altijd gebonden aan onze lichamelijke beperkingen? De ‘echte’ Jake Sully is verlamd. Via zijn avatar is hij in staat om zijn innerlijke zelf opnieuw te uiten: een fysiek en actief wezen dat extatisch plezier beleeft aan zijn ‘bovenmenselijke’ avonturen op Pandora. De ‘echte Harry’ zat in zijn eentje op zijn werkkamer tijdens een druilerige week in februari. Zijn avatar was in staat om grote reizen te ondernemen en talloze mensen te ontmoeten.
Bijzonder
Ik denk dat dit iets heel wezenlijks is in de aantrekkingskracht van virtuele werelden: ze stellen ons in staat om te zijn wie we willen zijn. En dan heb ik het niet over ‘heldendom’ en dat soort onzin. Om maar even de geweldige animatiefilm The Incredibles er bij te halen: als iedereen bijzonder is, is niemand dat.
Een avatar in een virtuele wereld zoals World of Warcraft is in zeker opzicht een deel van onszelf. Bijna letterlijk een tweede manifestatie van onze persoonlijkheid, wiens handelen een pure expressie is van ons ‘ik’, net zoals dat het geval is bij ons ‘echte lichaam’. Dit gaat verder dan een rollenspel. Natuurlijk kunnen we bewust doen of we iemand anders zijn, maar net zoals we wel even in een ander handschrift kunnen schrijven, worden onze persoonlijke handbewegingen uiteindelijk dominant, en onmiskenbaar zichtbaar. Wie we zijn in een MMO is misschien wel de puurste uiting van wie we diep van binnen ‘echt’ zijn.
Keuze
Voor Sully was het in de film dan ook geen beslissing tussen ‘welk leven kies ik’, maar ‘met welke keuze kan ik leven?’. Gelukkig dwingt de strijd tussen de Horde en de Alliance mij niet tot dergelijke levensbepalende beslissingen. Daarvoor zijn onze virtuele werelden (nog?) te primitief.
